Centraal Tuchtcollege introduceert regiebehandelaar

Op 29 januari jl. deed het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een aantal uitspraken waarin een andere benadering wordt geïntroduceerd van de taken en verantwoordelijkheden van de hoofdbehandelaar. Die wordt vanaf nu ‘regiebehandelaar’ genoemd. Dit doet beter recht aan de taken en verantwoordelijkheden van verschillende zorgverleners bij de behandeling van één patiënt.  Het CTG stelt daarbij dat de toegenomen complexiteit van zorg uitgangspunten vereist die meer flexibel toegepast kunnen worden.

Hoofdbehandelaarschap

In de WGBO noch in de Wet BIG noch in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is een definitie opgenomen van het hoofdbehandelaarschap. In de medische tuchtrechtspraak is wel uitgekristalliseerd wat het dient in te houden (zie bijvoorbeeld de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 17 april 2012, ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1953).

Regiebehandelaar
Het CTG besluit om voortaan niet meer te spreken over het hoofdbehandelaarschap, maar over ‘de regiebehandelaar’. Dit past volgens het CTG beter bij de taken en verantwoordelijkheden van verschillende zorgverleners, soms van verschillende instellingen, betrokken bij de behandeling van één patiënt. Dit vereist uitgangspunten die meer flexibel toegepast kunnen worden. In gevallen waarin twee of meer zorgverleners betrokken zijn bij de behandeling van één patiënt, moet als uitgangspunt worden genomen dat elke bij die behandeling betrokken zorgverlener een eigen professionele verantwoordelijkheid heeft en houdt jegens die patiënt. In gevallen waarin de aard en/of complexiteit van de behandeling dat nodig maakt, dragen deze (individuele) zorgverleners er steeds zorg voor dat één van hen als regiebehandelaar wordt aangewezen.

De regiebehandelaar ziet er in ieder geval op toe, dat:

  • de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de patiënt wordt bewaakt en dat waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
  • er een adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen de bij de behandeling van de patiënt betrokken zorgverleners;
  • er één aanspreekpunt voor de patiënt en diens naaste betrekking(en) is voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling.

Ter nadere toelichting overweegt het CTG dat de regiebehandelaar niet zelf het aanspreekpunt hoeft te zijn. Het aanspreekpunt hoeft voorts niet zelf alle vragen van de patiënt en diens naaste betrekkingen te kunnen beantwoorden, maar moet wel de weg naar de antwoorden weten te vinden. Deze norm ziet niet op het actief informeren van de patiënt en diens naaste betrekkingen. De plicht van de zorgverlener om actief informatie te geven volgt immers al uit de eigen verantwoordelijkheid die de zorgverlener jegens de patiënt heeft.

PA als regiebehandelaar

Eerdere uitspraken van medische tuchtcolleges hebben gedefinieerd wat het hoofdbehandelaarschap dient in te houden. Dat heeft in de praktijk ertoe geleid dat in voorkomende gevallen een PA de hoofdbehandelaar is. Dat is voornamelijk het geval in situaties waarin de patiënt ook niet hoeft te worden gezien door een arts, maar de PA de behandeling (vrijwel) geheel geeft, eventueel met behulp van andere zorgverleners. Dit was passend bij de jurisprudentie in het medisch tuchtrecht over het hoofdbehandelaarschap. Ook in de nieuwe situatie kunnen wij aannemen dat de invulling van het regiebehandelaarschap door een PA op dezelfde manier moet plaatsvinden zoals nu in medisch tuchtrechtspraak is gedefinieerd.

Lees hier de gehele uitspraak van het CTG ten aanzien van regiebehandelaarschap

Lees hier het interview met Ernst de Jong in NAPA Magazine met o.a. vraag over het hoofdbehandelaarschap

 

 

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?