Black Friday

Terwijl een verzorgende en ik op een vrijdagochtend de bijzonder­heden van de bewoners doorspreken, gaat mijn telefoon over. Gespannen neem ik op. Ik hoor een van de docenten van de opleiding ‘Goedemorgen Hester’ zeggen en ik antwoord nog hoopvol: ‘Je klinkt vrolijk?’ De docent helpt me snel uit de waan: ‘Je hebt een onvoldoende voor je casus.’

Het is alsof ik in de laatste kilometers van de marathon te horen krijg dat ik verkeerd ben gelopen

‘Hoe kan dat nou?’, kan ik alleen maar uitbrengen en ik denk aan alle uren en energie die ik in de uitwerking van de casus gestopt heb. Tegelijkertijd wellen tranen op van teleurstelling.
Als ik opgehangen heb, kijkt de collega tegenover mij mij mede­levend aan. Ik slik mijn tranen weg, want wat heeft zij nou aan een huilende PA? Over tot de orde van de dag: de visite.
In juni 2020 heb ik een tussenbeoordelingsgesprek met een docent van school en mijn mentor op de werkplek. Ik vertel de docent dat ik het zwaar heb met het leren voor de toets. Door corona is de stage weggevallen en zodoende mis ik de benodigde praktijk­ervaring om de theorie op te kunnen nemen. Ik zal blij zijn als die toets over de acute zorg erop zit, ‘zwaarder dan dit kan het niet worden’. Waarop de docent antwoordt dat de meeste studenten de afstudeerfase toch echt het zwaarst vinden.
Nu, anderhalf jaar later, weet ik dat de docent gelijk had. De afstudeerfase is bikkelen. Om de hbo-v af te sluiten moest ik ook een onderzoek doen, maar dat is totaal niet vergelijkbaar met dit onderzoek. 27 jaar geleden had ik nog geen idee van wetenschappelijke databases, verwijzingen via APA of Vancouver. Vaardigheden die tijdens de huidige hbo-v wel worden aangeleerd. Omdat alles nieuw is, moet ik bij ieder onderdeel eerst op mijn bek gaan en weer opnieuw beginnen. En zo is september al snel voorbij, wat betekent dat ik nog maar twee maanden heb tot het eerste inlevermoment. Daarbij komt tussendoor ook de feedback van de casusbeschrijving terug, die verwerkt moet worden. Vanaf dat moment werk ik iedere vrije dag en een aantal avonden per week aan de afstudeeropdrachten. Ik verbaas mezelf over mijn doorzettingsvermogen en discipline.
Op een donderdag heb ik een feedbackgesprek met mijn begeleider over het onderzoek. Ze complimenteert me met het resultaat tot nu toe: ‘De basis is goed.’ Kortom, ik hoef niet weer opnieuw te beginnen. Nog een week om de feedback te verwerken en daarna even rust tot het volgende feedbackmoment. Ik durf al stiekem te denken aan wat ik straks allemaal ga doen als ik afgestudeerd ben, een fotocursus, weer cello spelen, uitgebreid koken, leuke dingen doen met gezin en vrienden. Ik geef mijn huisgenoten tevreden een high five. Het einde is in zicht.
Dit tevreden gevoel wordt op die bewuste ochtend, op ‘Black Friday’, genadeloos tenietgedaan. Binnen twee weken moet ik de casus aanpassen. Hierdoor moet ik dat zo gewenste moment van rust weer uitstellen. Het is alsof ik in de laatste kilometers van de marathon te horen krijg dat ik verkeerd ben gelopen en met een omweg naar de finish moet.
Er volgt nog een maand om feedback in mijn onderzoek te verwerken. Vele aanpassingen en nieuwe inzichten later is dan eindelijk het moment aangebroken waarop beide afstudeerprojecten definitief zijn ingeleverd. Dat betekent in ieder geval drie weken relatieve rust tot de beoordeling bekend is. Drie weken om te proeven van de herwonnen vrijheid. Weer tijd voor het schrijven van blogs, wat toch echt mijn voorkeur heeft boven een onderzoeksverslag.

Deze blog verscheen in NAPA Magazine nr. 20

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?