Alumni onderzoek geeft inzicht op de actuele arbeidsmarktkenmerken van PA’s

Eind 2021 is onder alumni van de MPA-opleidingen een enquête uitgezet om zicht te krijgen op de actuele arbeidsmarktkenmerken van PA’s. De vragen gingen over loopbaanpaden, registratie in BIG- of kwaliteitsregister, evenwicht op de arbeidsmarkt, tijdsbesteding, taakverdeling en uitstroomverwachting. De respons van PA’s bedroeg 46%. De resultaten van dit onderzoek zijn nu gepubliceerd. Ze vormen een van de bronnen voor de ramingen die het Capaciteitsorgaan eind 2022 zal presenteren.

Hieronder worden de belangrijkste resultaten uit het onderzoek weergegeven.

Arbeidsmarktkenmerken

Per 1 januari 2022 zijn er in Nederland 1.590 personen werkzaam als PA. Van de gediplomeerde PA’s in de enquête zijn iets meer dan negen op de tien werkzaam als PA en/of (PA) klinisch verloskundige. Vrijwel allemaal zijn ze BIG-geregistreerd. Meer dan negen op de tien van de BIG-geregistreerde PA’s werkt als PA en/of (PA) klinisch verloskundige. Van de 1.590 personen zijn er (afgerond op tientallen) 1.210 werkzaam in de medisch specialistische zorg, 210 in de VVT en 120 in de sectoren GGZ, GHZ, en sociale geneeskunde samengenomen.

De deeltijdfactor is in de medisch specialistische zorg met 0,92 het hoogst en in de VVT met 0,73 het laagst. Van de 1.590 PA’s is bijna driekwart vrouw en een kwart man. Mannen werken gemiddeld 0,97 fte en vrouwen 0,88 fte. Meer dan de helft van de PA’s is jonger dan 45 jaar. Als we kijken naar spreiding over provincies valt op dat per 100.000 inwoners er relatief veel PA’s in Friesland en Groningen werken (13 per 100.000 inwoners) en relatief weinig PA’s in Zeeland (4 per 100.000 inwoners).

Het aantal werkzame PA’s is tussen 2012 en 2016 met 119 procent gestegen van 347 PA’s naar 762. Tussen 2019 en 2021 is het aantal werkzame PA’s gestegen van 1.058 naar 1.590 (50%).

Loopbaanpaden

De gemiddelde opleidingsduur van PA’s is 2,5 jaar. Aan de werkzame alumni is gevraagd in welke sector men opgeleid is tot PA en in welke sector men werkzaam is. Naar verhouding zijn de meeste PA’s opgeleid in de medisch specialistische zorg. Van hen werkt acht procent momenteel in een andere sector. Voor andere sectoren zijn de verschillen tussen opleidingssector en sector waarin de PA’s werkzaam zijn groter, maar door de relatief kleine aantallen PA’s in deze sectoren is het totale aandeel werkzame PA’s dat op dit moment in een andere sector dan de opleidingssector werkt negen procent.

Ongeveer negen procent van de alumni is niet werkzaam als Physician Assistant of (PA) klinisch verloskundige. Het grootste deel hiervan is wel werkzaam in de zorg of in een veld gerelateerd aan de zorg, bijvoorbeeld zorggerelateerd onderwijs, beleid of onderzoek.

Van de groep die niet werkzaam is als PA, geeft ruim zestig procent aan ooit wel als PA werkzaam te zijn geweest na het behalen van de MPA-diploma. Deze groep is werkzaam geweest in de sector medisch specialistische zorg en huisartsenzorg en stroomde na gemiddeld vier jaar weer uit. De alumni die niet werkzaam zijn als PA maar wel werkzaam zijn in de zorg, geven aan vooral als verloskundige of als adviseur te werken.

Van de respondenten die momenteel niet werkzaam zijn als PA, is elf procent op zoek naar een baan in deze functie. Nog eens 22 procent wil in de toekomst (weer) gaan werken als PA, maar is momenteel niet op zoek naar een baan. 39 procent wil in de toekomst niet meer gaan werken in deze functie; 29 procent weet het nog niet.

Uit de CBS-analyse blijkt dat het grootste deel van de alumni als werknemer in loondienst geregistreerd staat, ongeacht het aantal jaar na afstuderen. Naarmate het afstuderen langer geleden is, neemt het aandeel werknemers wel iets af, van 98 procent één jaar na afstuderen tot 91 procent tien jaar na afstuderen. Het aandeel alumni dat geregistreerd staat als zelfstandig ondernemer of onder de categorie ‘overig’ neemt iets toe, van twee procent één jaar na afstuderen tot acht procent tien jaar na afstuderen.

Registratie in BIG- of kwaliteitsregister

Ook is aan de alumni van de masteropleiding PA gevraagd of zij als Physician Assistant geregistreerd staan in het BIG-register. Het merendeel (98%) van de alumni geeft aan geregistreerd te zijn in het BIGregister. Hieronder valt ook de opleiding PA klinisch verloskundige. Aan de alumni van de masteropleiding MPA is gevraagd of men in het Kwaliteitsregister van de NAPA staat geregistreerd. Dat is bij de meeste PA’s het geval, 94 procent is geregistreerd in het Kwaliteitsregister. Verder geeft vier procent aan niet geregistreerd te staan in het Kwaliteitsregister, maar wel te voldoen aan de eisen en drie procent voldoet (nog) niet aan de eisen. Van de werkzame (PA) klinisch verloskundigen is 63 procent geregistreerd en van de PA’s 98 procent.

In de CBS-microdata is ook gekeken hoeveel mensen met een MPA-diploma geregistreerd staan in het BIG-register. Dat waren in 2020 1.395 gediplomeerden, wat neerkomt op 94 procent van de gediplomeerden. Er zijn ook 49 BIG-geregistreerde PA’s die geen MPA-opleiding hebben afgerond aan een van de Nederlandse bekostigde onderwijsinstituten. Mogelijk zijn zij in het buitenland gediplomeerd of is gebruikgemaakt van andere mogelijkheden om bevoegdheden om te zetten tot een BIG-registratie.

Evenwicht op de arbeidsmarkt

Ruim vijftig procent van de PA’s ervaart op dit moment een tekort op de landelijke arbeidsmarkt, 22 procent ervaart een evenwicht en 27 procent weet het niet. Vrijwel geen enkele PA ervaart een te groot aanbod. Het aandeel PA’s dat een tekort ervaart loopt van 41 procent in de medisch specialistische zorg tot 83 procent in de VVT.

In Flevoland (76%), Utrecht (73%), Drenthe (57%), Overijssel (55%) en Groningen (54%) is het aandeel PA’s dat een tekort ervaart groter dan vijftig procent. Het aandeel PA’s dat een evenwicht ervaart is het grootst in Gelderland (31%). Ook in Limburg (26%) en Friesland (23%) is het aandeel PA’s dat een evenwicht ervaart groter dan gemiddeld.

Taakverdeling

In de enquête is aan respondenten gevraagd om een schatting te geven van het deel van de werktijd dat besteed wordt aan taken die door artsen werden uitgevoerd vóór de inzet van PA’s binnen de afdeling of organisatie. De schattingen lopen uiteen van nul tot honderd procent. Gemiddeld besteden de PA’s gemiddeld 85 procent van de werktijd hieraan. In vergelijking met een arts besteedt ongeveer de helft van PA’s evenveel tijd aan deze taken als een arts en ruim veertig procent geeft aan meer tijd hieraan te besteden. De respondenten die meer tijd besteden aan deze taken geven aan gemiddeld ongeveer dertig procent meer tijd te besteden. Over vijf jaar verwacht meer dan de helft (60%) van de PA’s dat PA’s binnen de eigen afdeling/organisatie nog meer taken zullen uitvoeren die nu door artsen worden uitgevoerd. Ongeveer zestig procent verwacht meer inzet van gediplomeerde PA’s over vijf jaar: zij schatten de verwachte extra inzet op ruim zestig procent. Een enkeling verwacht minder inzet van gediplomeerde PA’s over vijf jaar.

Uitstroomverwachting

Van de huidige PA’s verwacht 86 procent dat zij over vijf jaar nog werkzaam zijn als PA. Over tien jaar is dit percentage 64 procent. In vergelijking met mannen zijn vrouwen meer geneigd om te verwachten dat zij over 5, 10, 15 en 20 jaar nog werkzaam zijn als PA. Dit verschilt telkens vier of vijf procentpunten.

Ook met de CBS-microdata is de uitstroomverwachting onderzocht. Uit de data komt naar voren dat 87 procent van de personen die nu werkzaam is naar verwachting over vijf jaar nog werkzaam is als PA; dertien procent is uitgestroomd. Na tien jaar wordt verwacht dat 75 procent van de personen die nu werkzaam zijn nog werkzaam is; 25 procent is uitgestroomd.

Lees hier het volledige rapport.

 

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?