Al jaren was lage rugpijn een onderdeel van mijn leven. Er was altijd wel een reden te bedenken wanneer de klachten méér aanwezig waren. Ermee naar de dokter gaan leek zinloos, want de inhoud van de NHG Richtlijn a-specifieke lagerugpijn was mij bekend. Het doel werd om te blijven bewegen en met krachttraining de zwakke plek te versterken. Regelmatig een bezoek aan de fysiotherapeut moest ervoor zorgen dat vastzittende spieren weer los gemaakt werden.
Na ruim twee jaar kon de therapeut echter niet anders dan concluderen dat er ondanks de inspanningen eigenlijk geen vooruitgang was. Langzaam kwam het besef dat het misschien toch niet normaal is om als 35-jarige bijna dagelijks met moeite uit bed te kunnen komen. De therapeut dacht aan de ziekte van Bechterew en adviseerde een verwijzing te vragen naar een reumatoloog. Het lezen van online-informatie over de symptomen resulteerde in een golf van herkenning.
De huisarts deelde dit gevoel en regelde direct de verwijzing. Met een familieanamnese tweezijdig positief voor reumatische ziekten leek de diagnose al zo goed als rond. Het moest alleen nog bevestigd worden door de specialist.
De röntgenfoto liet geen typische afwijkingen zien en het bloedonderzoek bleek na weken dagelijks inloggen op het portaal ook negatief. En nu? Zonder diagnose terug naar de huisarts?
Met de start van de zoektocht naar een verklaring voor de klachten, ontstond ook een sterke behoefte aan een diagnose. Hierdoor verscheen al gauw de landelijke richtlijn op het scherm van mijn laptop, nog voordat de reumatoloog de kans kreeg om de uitslagen te bespreken. Keurig volgens de richtlijn werd bij enige twijfel nog een aanvullende MRI-scan gemaakt.
Deze keer besloot ik het denkwerk aan de specialist over te laten
Die gaf echter ook onvoldoende aanknopingspunten voor een reumatische diagnose. Naast de opluchting om niet de vermoedde chronische ziekte te hebben, bleef er echter een onvoldaan gevoel achter. In tegenstelling tot mijn verwachting, verwees de reumatoloog niet terug naar de huisarts. Op de röntgenfoto’s was een subtiele afwijking in één van de heupgewrichten zichtbaar, die mogelijk indirect een verklaring kon zijn voor de rugklachten.
Ondanks mijn twijfels hierover volgde er een afspraak bij de orthopeed. Hoe kon zo’n kleine afwijking nu zulke forse klachten elders veroorzaken? Deze keer besloot ik het denkwerk toch aan de specialist over te laten. Na een overduidelijk positieve lichamelijke test had hij al een sterk vermoeden. Voor de bevestiging werd er nog een scan aangevraagd.
In een poging om mijn zenuwen weg te nemen, ontstond in gesprek met de interventieradioloog bijna een sollicitatiegesprek toen bleek dat we collega’s waren. Even verdween het gevoel van patiënt zijn, tot de naald het gewrichtskapsel raakte.
De orthopeed bleek gelijk te hebben. Het scheurtje in het kraakbeen van de heupkom werd zorgvuldig door een gespecialiseerd chirurg gerepareerd. Naast de revalidatietrainingen vullen mijn dagen zich gelukkig voornamelijk weer in de rol van PA. Maar in alle eerlijkheid is hiermee misschien wel bevestigd dat mensen die in de zorg werken soms niet de ‘beste’ patiënten zijn.
tekst: Lisa Oosthoek, PA Radiotherapie, Catharina Ziekenhuis Eindhoven
contact: lisa.oosthoek@hotmail.com
bron: NAPA Magazine, nr. 27, najaar 2025





Reacties
Log in en reageer