Voorbereiding patiënt cruciaal bij ‘suikerscan’

Jonathan Leegwater, physician assistant, afdeling Nucleaire Geneeskunde, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam

Erik Vegt, nucleair geneeskundige, afdeling Nucleaire Geneeskunde, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam

Voorbereiding patiënt cruciaal bij ‘suikerscan’

Waarom moet je nuchter zijn voor een FDG-PET/CT-scan (‘suikerscan’)? En wat als je suikerziekte hebt?

Bij nucleaire scans, zoals botscans, positronemissietomografie (PET)-scans en myocardperfusiescans, krijgen patiënten een radioactief gemerkte stof toegediend die bepaalde processen in het lichaam zichtbaar kan maken. Zo wordt 18F-fluorodeoxyglucose (FDG), radioactief suiker, gebruikt om het glucoseverbruik van organen en weefsels te visualiseren. Omdat tumoren en ontstekingen meestal veel brandstof (suiker) verbruiken, lichten deze op de scan op. FDG wordt via glucosetransporters in de cellen opgenomen, die deels insulineafhankelijk zijn en beïnvloed kunnen worden als patiënten niet nuchter zijn of lijden aan diabetes mellitus.

Hier presenteren wij twee voorbeelden waarbij de nadruk ligt op een goede voorbereiding van de patiënt.

Casus A

73-jarige man, longcarcinoom in de voorgeschiedenis. Nu verdenking op recidief.

Foto 1 toont de eerste PET/CT-scan. We zien lichtverhoogde FDG-opname in de linkerlongtop (pijl) nabij de eerder bestraalde longtumor, waarbij werd getwijfeld tussen recidief of rest­afwijking. Verder een normale verdeling van FDG in hersenen, hart en de rest van het lichaam, met uitscheiding via de nieren naar de blaas.

Foto 2 toont de PET/CT drie maanden later, waarbij de patiënt niet nuchter bleek te zijn.

Door de verhoogde aanmaak van insuline als reactie op een maaltijd, wordt het FDG voornamelijk opgenomen door de spieren. We zien dus diffuus verhoogde opname van FDG in alle spieren. Ook is er minder FDG over voor de rest van het lichaam, wat leidt tot verminderde activiteit in tumoren, ontstekingen, hersenen, lever en overige organen. Door beide effecten worden de afwijkingen die we zoeken, zoals tumoren of ontstekingen, minder goed zichtbaar – de sensitiviteit van het onderzoek is verminderd. Ook de afwijkingen in de linkerlong zijn verminderd zichtbaar. Inspanning kort voor het onderzoek zorgt eveneens voor een verhoogd glucosegebruik, dus verhoogde FDG-opname, in de spieren.

1

2

Casus B

79-jarige man, bekend met diabetes mellitus waarvoor metformine. Primair longcarcinoom links.

Foto 3 toont de eerste PET/CT ter primaire stadiëring, nuchter bloedglucose 6,9 mmol/l. We zien intense activiteitstapeling in de primaire tumor in de linkerlong. Opnieuw een fysiologische verdeling van FDG over hersenen, hart, lever en milt met uitscheiding via de urine. De hoge opname in verschillende darmlissen wordt veroorzaakt door metformine. Let ook op de lagere opname in het hart dan bij casus A: hierin bestaat een brede variatie omdat het hart zowel suiker als vet kan verbranden.

Foto 4 toont de PET/CT twee jaar later, na behandeling met chirurgie en radiotherapie. Vraagstelling: verdenking recidief links en kliermetastasen op CT. Het nuchtere bloedglucose betrof 18,9 mmol/l. De nucleair geneeskundige besloot de scan wel door te laten gaan.

Door het hoge glucosegehalte in het bloed is er een competitie met het FDG, waardoor FDG minder goed wordt opgenomen. Er ontstaat een diffuus wazig beeld met duidelijk verminderde FDG-stapeling in hersenen, milt, darmen, en ook in de tumor. Het tumorrecidief is nauwelijks zichtbaar, en ook eventuele metastasen zullen dus gemist worden.

Richtlijn

De richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde adviseert overleg met een nucleair geneeskundige bij een nuchter bloedglucose >11 mmol/l. Patiënten dienen minimaal vier tot zes uur van tevoren nuchter te zijn en zes uur van tevoren geen fysieke inspanning te leveren. Ook is het voor de scan van belang dat de patiënt 20 tot 45 minuten stil kan liggen in het apparaat.

Als de patiënt insuline gebruikt, dient dit niet korter dan vier uur (snelwerkend) of zes uur (langwerkend) voor toediening van FDG gebruikt te worden. Een korter tijdsinterval leidt namelijk tot verhoogde spieropname, zoals bij casus A.

Conclusie

Een goede voorbereiding van de patiënt is cruciaal bij FDG-PET/CT. Afwijkingen in de suikerhuishouding of inspanning vlak voor de scan kan de scan nadelig beïnvloeden. Als aanvragers kunnen physician assistants een goede voorlichting aan de patiënt geven. Met name bij diabetes mellitus is overleg met de afdeling Nucleaire Geneeskunde aan te raden, zodat kwalitatief goede beeldvorming kan plaatsvinden. •

3

4

Physician assistants kunnen de patiënt goede voorlichting geven

contact

jleegwater@napa.nl

De bronnen vindt u bij dit artikel:

Esser JP, van Dalen JA, van den Heuvel JA, Owers E. Procedure Guidelines Nuclear Medicine. 1e druk. Neer: Kloosterhof Neer BV; 2016

Van den Broek, W, Barneveld P, Bruin N, Lemstra C. Nucleaire Geneeskunde. 5e druk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2016

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?