De PA maakt het werk beHAPbaar

In de praktijk

Geslaagde pilot: inzet physician assistant op de huisartsenpost

DE PA MAAKT HET WERK BEHAPBAAR

De ‘kruisbestuiving’ tussen physician assistants en huisartsen op de huisartsenpost Arnhem-Noord blijkt goed te werken. De toegevoegde waarde en inzetbaarheid van PA’s hebben zich met deze pilot ruimschoots bewezen.

tekst Aafke Huitink-Verhoeven

beeld Getty Images

Huisartsenpraktijken kiezen steeds vaker voor de inzet van een physician assistant (PA) voor taakherschikking. De laatste jaren neemt landelijk het aantal vacatures voor PA’s binnen dit specialisme toe. Naast huisartsenpraktijken doen PA’s ook hun intrede in de huisartsenpost (hap). Zo ook bij Onze Huisartsen, die in januari 2019 een locatie heeft verhuisd van Velp naar het terrein van ziekenhuis Rijnstate in Arnhem, naast de Spoedeisende Hulp. Sharon Sommers, PA huisartsgeneeskunde, stond als projectleider aan de wieg van een pilot waarbij PA’s naast huisartsen op de hap werden ingezet. Zij werkt hier samen met onder andere Peter van de Berg, PA ambulancezorg, en Rian Hendriks, huisarts.

Zelfverwijzers

Sommers is tevens werkzaam in huisartsenpraktijk Linders in Arnhem. Vanuit deze functie kreeg ze de vraag de functie van PA in te voeren binnen de hap. Eric Scheppink, directeur van Onze Huisartsen Arnhem, vertelt waarom deze keuze werd gemaakt: ‘Het idee ontstond ten tijde van de beoogde verhuizing van de hap Arnhem-Noord van Velp naar de locatie grenzend aan ziekenhuis Rijnstate. Er bestond enige schroom onder de werkzame huisartsen. De verwachting was dat de verhuizing gepaard zou gaan met een verlegging van de patiëntenstroom en toename van werkdrukte.’ Scheppink doelt op patiënten die zich zonder verwijzing melden op de Spoedeisende Hulp (SEH), de zogenaamde ‘zelfverwijzers’. In de nieuwe situatie werd verwacht dat de huisartsendienst circa zesduizend zelfverwijzende patiënten per jaar extra zou gaan zien. Omdat de werkdruk en dienstbelasting onder de huisartsen al maximaal waren, werd gezocht naar een duurzame en robuuste oplossing waarbij de inzet van de PA snel kwam bovendrijven als optie. Scheppink: ‘De huisartsen vonden het belangrijk om niet als fiatteur of controleur te hoeven optreden. De inzet van zelfstandig werkende, bekwame PA’s zou zorgen voor een verlaging van de werkdruk. Het project werd daarmee voorwaardelijk voor het doorzetten van de verhuizing van de hap. De PA’s waren welkome collega’s.’

Breed takenpakket

Januari 2019 begon Sommers, samen met drie collega-PA’s als eerste PA op de hap in de regio Arnhem. Inmiddels zijn er daarnaast zes PA’s in opleiding in dienst gekomen. Vanwege het onvoorspelbare karakter in patiëntaanbod op de hap en heterogeniteit in bekwaamheden van de PA’s werd bij aanvang van de pilot gekozen voor een breed takenpakket. Sommers: ‘Sinds deze nieuwe situatie is er een gezamenlijke ingang voor patiënten. In principe hoort een patiënt telefonisch een afspraak in te plannen. Een patiënt die zich meldt zonder afspraak, een zogenaamde “zelfverwijzer”, wordt binnen vijf minuten getrieerd door de triagist van de huisartsendienst. Deze patiënt krijgt een advies, een consult of een doorverwijzing naar de SEH.’ Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen patiënten die door een huisarts of een PA worden beoordeeld. Deze aanpak is innovatief, aangezien landelijk veelal gekozen wordt voor een smaller, afgebakend takenpakket. Ondanks de brede insteek met dit takenpakket van de PA’s wordt te allen tijde voldaan aan de wettelijke voorwaarden waaraan een PA tijdens de werkzaamheden moet voldoen. Sommers: ‘Op de hap wordt gewerkt met een werklijst. Hierop is voor zorgverleners de reden van komst en de triage zichtbaar. De PA kijkt op basis van eigen bekwaamheid welke patiënt geschikt is om te zien. Uiteraard is er altijd een huisarts beschikbaar voor intercollegiaal overleg. Er is bewust voor gekozen om geen onderscheid te maken in welke patiënten wij wel of niet zouden zien. Reden hiervoor was dat we de kans wilden benutten te onderzoeken waar wij als PA inzetbaar kunnen zijn en wat hiervan het effect is. Na kwartaal één is afgesproken de eerste ervaringen en resultaten van de pilot te evalueren en indien gewenst daarna ons takenpakket aan te passen.’

Afwachtende houding

Hendriks was een van de huisartsen met wie Sommers ging samenwerken. Zij keek vanaf de start van het project positief aan tegen de samenwerking met PA’s. Wel bemerkte zij onder collega’s enige terughoudendheid. Hendriks: ‘Zelf had ik bij de start van dit project al positieve ervaringen met het werken met PA’s. Sharon was voor mij in de huisartsgeneeskunde een bekende. Ik wist dus wat ik van een PA kon verwachten. Enkele collega-huisartsen hadden een afwachtende houding. Onbekend maakt toch onbemind; zij vroegen zich vooral af wat de bekwaamheden en bevoegdheden zouden zijn van PA’s en waar de eindverantwoordelijkheid zou liggen. PA’s zijn in staat een groot deel van de patiëntbeoordelingen op de hap zelfstandig uit te voeren. Natuurlijk zijn er gevallen die een huisarts moet zien, maar dat zijn uitzonderingen op de regel. Doordat PA’s nu officieel BIG-geregistreerd zijn, is ook duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt. Iedere PA heeft vanuit vorige werkervaringen al een ruime expertise en geschiedenis. Ook dit komt regelmatig van pas tijdens het werk. Denk aan bijvoorbeeld een PA met ambulanceachtergrond die zeer adequaat een ‘pijn op de borst’-patiënt kan beoordelen, of een PA met als achtergrond fysiotherapie die veel weet van het bewegingsapparaat. We zien dat huisartsen en PA’s door deze samenwerking zelfs van elkaar leren!’

Kruisbestuiving

Ook Van de Berg herkent zich in het verhaal van Hendriks. Hij merkte al snel dat de ‘koudwatervrees’ plaatsmaakte voor enthousiasme, vertrouwen en een prettige complementaire samenwerking. ‘Nadat wij onze toegevoegde waarde als PA hebben bewezen, merkte ik al snel dat we een gelijkwaardige gesprekspartner werden. We zijn benaderbaar en breed inzetbaar in de dagelijkse patiëntenzorg. We hebben laten zien dat wij in staat zijn het kaf van het koren te scheiden en adequaat te differentiëren tussen acute en niet-acute gevallen.’ Ook herkent Van de Berg zich in de door Hendriks beschreven ‘kruisbestuiving’ op de werkvloer. Zelf heeft hij door zijn achtergrond in de acute zorg huisartsen kunnen ondersteunen bij de opvang van instabiele patiënten. Dit werkt volgens Van de Berg twee kanten op: ‘Andersom leer ik ontzettend veel van een medebeoordeling van huisartsgeneeskundige kwalen. Kortom, intercollegiale consulten leveren door de brede achtergrond van de verschillende professionals leuke besprekingen en discussies op. Ontzettend leerzaam!’

Positieve resultaten

Recent onderzoek binnen de hap ter evaluatie van de pilot laat positieve resultaten zien. Zowel verschillen in de werkzaamheden van de PA’s en huisartsen als de patiënttevredenheid werden geanalyseerd. De onderzoekers keken naar de patiëntkarakteristieken, de urgentiecategorie, de afhandeltijd, het aantal doorverwijzingen en de gedocumenteerde International Classification of Primary Care (ICPC)-code (diagnosecodering huisartspraktijk). Het onderzoek toonde geen significante verschillen in de werkzaamheden en patiëntbeoordeling tussen PA’s en huisartsen. Wel was er een klein verschil in het aantal beoordelingen van patiënten met een hogere urgentieklasse. Tijdens de onderzoeksperiode zagen de huisartsen deze groep meer, mogelijk doordat zij nachtdiensten doen en PA’s niet. De patiënttevredenheid was in beide groepen gelijk. Patiënten waren positief over de consultvoering van zowel huisartsen als PA’s. Sommers: ‘Een prachtig resultaat waar wij als team ontzettend trots op zijn. Dit project heeft laten zien dat bij inzet van PA’s kwaliteit en veiligheid gewaarborgd blijven. Daarnaast hebben we winst behaald in het bieden van continuïteit: doordat wij als PA relatief veel aanwezig zijn op de hap, zijn we een vast gezicht van de post geworden. Wij kennen hier de weg, wat de patiëntenzorg ten goede komt!’

Toekomst

Over de toekomst van het project is iedereen het eens: het wordt voortgezet, waarbij er op dit moment nog geen aanpassing plaatsvindt van het takenpakket van de PA. De toegevoegde waarde en inzetbaarheid van Sommers en haar collega’s hebben zich ruimschoots bewezen. Als toekomstperspectief wordt een intensivering van de samenwerking met huisartsenpraktijken, de ambulancedienst en de SEH genoemd. Een vergelijkbare combinatiefunctie als die van Sommers en Van de Berg is misschien eveneens mogelijk op de SEH, want de inzet van PA’s leidt tot behapbare zorg! •

contact

verhoeven.aafke@gmail.com

‘We zien dat huisartsen en PA’s zelfs van elkaar leren!’

Patiënttevredenheid

Aantallen (n=81) Gemiddeld cijfer (n=80)
Zorgverlener n(%)
Huisarts 35 (43) 8,9
Physician assistant 46 (57) 9,3
Geslacht n(%)
Man 30 (37) 9,3
Vrouw 51 (63) 9
Leeftijd in jaren
0-30 35 (43) 8,9
30-60 35 (43) 9,3
60-90 11 (14) 9,2

Patiënten waren positief over de consultvoering van zowel huisartsen als PA’s

Urgentie Aantallen huisartsen n=961 (%) Aantallen physician assistants n=914 (%)
U1-Levensbedreigend 3 (0,3) 1 (0,11)
U2-Spoed 371 (38,6) 186 (20,4)
U3-Dringend 531 (55,3) 615 (67,3)
U4-Routine 55 (5,7) 106 (11,6)
U5-Advies/Andere dag 1 (0,1) 6 (0,66)

De aantallen urgenties gezien door beide disciplines.

‘We hebben laten zien dat wij in staat zijn het kaf van het koren te scheiden’

1 Reactie

  1. Malou Gerritzen, Pleun Vleeshouwers, Bo Zweverink, Luc Blijdestein

    Wat een interessant artikel. Daarnaast is het ontzettend leuk om te zien dat het onderzoek dat wij hebben uitgevoerd in het kader van onze scriptie voor de opleiding Bachelor Medische Hulpverlening gebruikt is voor dit artikel. We vonden het erg leuk om als studenten betrokken te worden bij dit onderzoek door de huisartsenpost Arnhem-Noord.

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?