Een nieuwe collega

 

Dit is wat de geneeskunde van de 21ste eeuw nodig heeft

Marcel Levi

internist en CEO van het University College London Hospitals (UCLH), voorheen bestuursvoorzitter AMC

Nog maar een kleine eeuw geleden was het leven eenvoudig. Als je een beetje ziek was, werd je in het ziekenhuis opgenomen, waar een dokter je behandelde en verpleegkundigen je verzorgden. In de ziekenhuizen in de eerste helft van de 20ste eeuw lagen niet echt heel erg zieke patiënten: meestal ging het om wekenlange opnames voor instellen diabetes, behandeling van tuberculose of regelen van de bloeddruk. Of voor de genezing van een maagzweer met een zes weken durend dieet. Als je heel erg ziek was, bijvoorbeeld leukemie of een hartinfarct had, waren er weinig opties en ging je meestal dood nog voordat je het ziekenhuis bereikte.

Inmiddels hebben de ziekenhuizen een indrukwekkende gedaanteverwisseling ondergaan. Door de snelle ontwikkelingen in de geneeskunde zijn er in rap tempo nieuwe en succesvolle behandelmethodes voor steeds meer ziekten. En steeds meer patiënten kunnen prima in dagbehandeling of poliklinisch worden behandeld. In sommige centra is zelfs zoiets ingrijpends als een stamceltransplantatie een procedure geworden die zich vrijwel volledig buiten het ziekenhuis afspeelt. De patiënten die nog wel in het ziekenhuis liggen zijn meestal erg ziek en verdienen veel aandacht, waardoor de werkdruk van artsen en verpleegkundigen steeds verder is toegenomen.

De oplossing van de afgelopen decennia was om gewoon steeds meer artsen en verpleegkundigen op te leiden en aan te stellen. Maar dat mechanisme is de laatste jaren piepend en krakend tot stilstand gekomen. Want er zijn gewoonweg niet heel veel meer artsen en verpleegkundigen. En eerlijk gezegd is het waarschijnlijk ook niet echt nodig, want ondanks de complexiteit zijn er veel medische zaken die andere disciplines heel goed kunnen overnemen. Je hoeft echt niet zes jaar geneeskunde te hebben gestudeerd en dan nog eens zes jaar een specialistische opleiding te hebben gevolgd om het vochtbeleid bij een patiënt te regelen of om de diabetes met insuline in goede banen te leiden. Of om een postoperatieve urineweginfectie te detecteren en behandeling te starten.

Dus we hebben er een nieuwe collega bij gekregen: de physician assistant. En zoals dat vaak gaat met een nieuwe collega duurt het eventjes voor de gevestigde ‘oude groep’ gewend is aan de nieuwe kracht en erachter komt dat deze een welkome aanvulling is in het team.

In mijn huidige Engelse werkkring is de physician assistant niet meer weg te denken in het ziekenhuis en ook in Nederland veroveren deze nieuwe collega’s snel terrein. En the sky is the limit. Want waar veel activiteiten van de physician assistant nu nog grotendeels op ziekenhuisafdelingen plaatsvinden, is er geen enkele reden om hen niet ook in te zetten op de polikliniek of bijvoorbeeld op de Spoedeisende Hulp. Dat laatste gebeurt in Engeland al op uitgebreide schaal en met veel succes. Ook kan deze nieuwe discipline een prima rol spelen bij het uitvoeren van diagnostisch onderzoek, zoals endoscopie, of het inbrengen van diepe infusen.

Precies wat de moderne geneeskunde van de 21ste eeuw nodig heeft: niet steeds meer van hetzelfde, maar juist nieuwe disciplines, met nieuwe en meer passende expertise en opleiding. Welkom nieuwe collega’s. •

m.m.levi@amsterdamumc.nl

column

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?