Hoe zit het eigenlijk met mijn eigen gezondheid?

Praktijkperikel

De weegschaal confronteert mij met een bikkelharde werkelijkheid

Ervaringen uit de dagelijkse praktijk

tekst Petra van Houten beeld Getty Images

Heeft u ook een perikel? Stuur uw verhaal naar redactie@napa.nl

Obesitas is een wereldwijd probleem waarbij onder andere leefstijl, inzicht, psychische en sociaaleconomische factoren een grote rol spelen. Mensen bewegen tegenwoordig weinig of niet en zitten de hele dag achter een beeldscherm. Vaak is er sprake van een verkeerd eetpatroon: maaltijden worden overgeslagen en er is onvoldoende inzicht in portiegrootte en gezonde voedingsmiddelen. Door gebeurtenissen in het verleden, stress of een in toenemende mate negatief zelfbeeld naarmate het gewicht toeneemt, ligt emotie-eten op de loer.

Een gezond BMI ligt tussen de 18 en 25. Bij een BMI boven de 25 is er grote kans op het ontstaan van comorbiditeiten zoals hypertensie, verhoogde cholesterolwaarden, gastro-oesofageale reflux, diabetes mellitus, Voor een gezond gewicht is ook de verdeling van het lichaamsvet belangrijk.

Als physician assistant in een obesitaskliniek begeleid ik dagelijks patiënten voor en na een bariatrische operatie. De patiënten hebben hun overgewicht meestal te danken aan een langdurig ongezonde leefstijl met als gevolg een, in de loop der jaren, langzaam oplopende BMI. Ik bespreek onder meer het proces rondom de operatie en leg daarbij uit dat de operatie een hulpmiddel is voor gewichtsverlies, maar dat voor resultaat op de lange termijn de leefstijl veranderen het allerbelangrijkste is. Om een gezonde BMI te bereiken, betekent dit regelmatig bewegen – volgens de Nederlandse beweegnorm – en gezond en met mate eten.

Terwijl ik dag in dag uit deze verstandige woorden uitspreek naar mijn patiënten, vraag ik mij ineens af hoe het met mijn eigen gezondheid gesteld is. Voldoe ik zelf aan de voedings- en beweegnorm en hoe zit dat bij mijn collega-PA’s en artsen met hun drukke onregelmatige en stressvolle banen?

Als ik kritisch naar mijzelf kijk, weet ik dat mijn eetpatroon behoorlijk te wensen overlaat en moet ik toegeven dat mijn kleding de laatste tijd wel een stuk strakker zit. Met mijn drukke leven als excuus, sla ik geregeld een maaltijd over, wat ik vervolgens ‘bijsnack’ met voedingsmiddelen van een zeer bedenkelijke voedingswaarde. De braaf aangeschafte ‘fitbit’ toont aan het eind van de dag meestal niet meer dan drieduizend stappen, het resultaat van het loopje tussen de behandel- en de wachtkamer. Sporten of geregeld bewegen schiet er vaak volledig bij in.

Ik stof mijn weegschaal af en ga er met enige angst opstaan. Ik constateer grimmig een BMI van 29. Dicht bij de grens van overgewicht waarbij wordt geadviseerd om hulp te vragen bij het afvallen! Nou ja zeg. De weegschaal confronteert mij met een bikkelharde werkelijkheid. Hoe kan ik de mensen begeleiden als ik zelf niet voldoe aan de criteria? De schrik slaat mij om het hart, maar dan denk ik: blijf kalm, ‘practice what you preach’.

Ik heb mijn leefstijl radicaal omgegooid. Ben nog steeds druk, maar vind dat geen excuus om niet regelmatig gezond te eten en voldoende te bewegen. Sporten is lastig, maar bewegen kan altijd en overal. Achter het stuur in de auto, de trap in plaats van de lift nemen, boodschappen doen op de fiets, gebruikmaken van een ‘stabureau’. Noem maar op.

Mijn BMI is nu weer gezond. Hoe is dat bij jou? •

contact

petravanhouten@gmail.com

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?