Een denker met beide benen in de praktijk

/ PA-Invest

Erwin Kompanje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klinisch ethicus Erwin Kompanje ziet zijn werk bij Erasmus MC als een proeftuin die dagelijks zorgt voor stof tot nadenken; over de nieuwe donorwet bijvoorbeeld. ‘De wet gaat er volledig aan voorbij dat mensen heel verschillend zijn.’

Tekst Aafke Huitink-Verhoeven
Beeld Getty Images, Erwin Kompanje

In zijn middelbareschooltijd had Erwin Kompanje geen duidelijk beroep voor ogen. Er waren drie doelen die hij wilde behalen: boeken kopen, langspeelplaten kopen en uit huis gaan. Om dit te kunnen bekostigen moest hij zorgen voor een inkomen. Zijn buurjongen attendeerde hem op de inservice­opleiding verpleegkunde waar hij vanaf dag één een salaris zou verdienen. Dit was doorslaggevend voor zijn beroepskeuze. Inmiddels werkt Kompanje allang niet meer als verpleegkundige maar als klinisch ethicus op de intensive care van het Erasmus MC in Rotterdam. Ook duikt hij regelmatig op in de media waar hij zijn visie geeft op verschillende vraagstukken en kwesties.

Naast de opleiding tot verpleegkundige besloot Kompanje destijds ook filosofie te gaan studeren. ‘Ik was altijd al een denkertje’, zeg hij over deze keuze. Toen hij in 1980 als verpleegkundige de overstap maakte naar de pas geopende ic-afdeling van het Dijkzigt ziekenhuis kwam zijn werk in de gezondheidszorg en zijn interesse in filosofie en ethiek samen. Kompanje: ‘De ic bleek voor mij een bron van inspiratie. In het ziekenhuis zie je het leven in al zijn schakeringen. Dit is waar filosofie over gaat. Het is een observatie van de werkelijkheid. Leven, dood, ziekte; waar komt dat vandaan? Hierover zijn legio vragen te stellen. Ethiek is een praktische toepassing van filosofie in de geneeskunde.’ Na afronden van de studie filosofie promoveerde Kompanje en verruilde zijn verpleegkundige functie aan bed voor die van klinisch ethicus en universitair hoofddocent.

‘Vaak spreken artsen en verpleegkundigen over patiënten alsof het objecten zijn’

Kompanje benadrukt dat hij in zijn werk als klinisch ethicus met beide benen in de praktijk staat. Hij is aanwezig op de werkvloer en is laagdrempelig, 24/7, raadpleegbaar voor artsen en verpleegkundigen voor allerhande ethische vragen binnen én buiten de ic. ‘Je kunt het consulteren van een ethicus vergelijken met het in consult vragen van een specialist als een internist of cardioloog. Ik ben ook een hulpverlener, net als de artsen en verpleegkundigen. De wijze van consultatie varieert van een telefonische ad-hocvraag tot begeleiding bij ingewikkelde casuïstiek waarvoor een gedegen beraad wordt belegd. Daarnaast houd ik mij onder andere bezig met de begeleiding van intervisie of retrospectieve casusbespreking en ben ik coördinator van het peer­­supportsysteem op de ic. Ik heb hierbij veelal een adviserende rol.’

Minderwaardig
Op de vraag wat Kompanje boeit aan de functie die hij inmiddels al twintig jaar uitoefent, antwoordt hij: ‘De werkelijkheid die ik in mijn dagelijks werk meemaak, is een prachtige proeftuin waar veel in valt te overdenken en redeneren. Mijn gedachten hierbij verwerk ik onder andere in blogs of deel ik bijvoorbeeld via een interview. Ook is het een voedingsbodem voor onderwijs en onderzoek. Zo publiceer ik, geef ik onderwijs, begeleid ik promotietrajecten en ben ik betrokken bij verschillende externe advies- en toetsingscommissies.’
De proeftuin die Kompanje beschrijft, zorgt dagelijks voor stof tot nadenken. Een van de onderwerpen waar Kompanje zich voor interesseert, is dehumanisatie: het zien van een mens als object in plaats van levend persoon. Kompanje: ‘Bij dehumanisatie wordt de mens niet meer als mens gezien maar als een ding, als minderwaardig. Het komt onder andere voor bij oorlogen waarbij door de vijand als minderwaardig te zien het geoorloofd wordt hem te doden. Maar dehumanisatie is ook zichtbaar in de dagelijkse praktijk in de gezondheidzorg. Vaak spreken artsen en verpleegkundigen over patiënten alsof het objecten zijn. Uitspraken als: “Waar ligt dat trauma van gisteren?” en “Heb je het lactaat van die buismaag in box drie al?” zijn in het ziekenhuis heel gebruikelijk.’

Orgaangericht
Dehumanisatie wordt volgens Kompanje deels veroorzaakt door de opleiding van zorgverleners. ‘De geneeskundeopleiding is orgaangericht opgezet: dit is een cel, dit is een weefsel en dit is een orgaan. Vervolgens leren de jonge dokters wat er mis kan zijn met dat orgaan en hoe zij dat kunnen behandelen. Er wordt in mindere mate gekeken naar de hele mens. Deze wijze van beredeneren is overigens wel functioneel omdat het zich direct richt op dat wat mis is met de patiënt. Ook zorgt het voor duidelijkheid in de communicatie tussen artsen en verpleegkundigen, bijvoorbeeld tijdens een overdracht. Daarbij heeft het meestal weinig zin om te vertellen dat de patiënt drie kinderen heeft waarvan één autistisch is. Natuurlijk is dat wel interessante informatie maar het is minder functioneel voor het medisch handelen.’
Kompanje wil zorgverleners bewust maken van het effect dat dehumanisatie op patiënten en diens naasten kan hebben. ‘Voor hen is het vreselijk om te horen dat er zo over hen wordt gesproken. Niemand wil als object gezien worden maar als mens. Ik veroordeel zorgverleners die dit gedrag laten zien niet, maar vind het wel belangrijk om te benoemen wat ik zie. Zo zei ik ooit tegen een arts-assistent die altijd over organen sprak in plaats van over patiënten: “Ze zullen wel blij zijn op de afdeling met zo’n leuke eierstok als jij. Ik vind je best een leuk ovarium!” Zij vond het uiteraard niet leuk dat ik haar zo noemde. Ik legde haar uit: “Zo spreek je ook altijd over jouw patiënten en dus spreek ik nu ook even zo over jou.” Toen ik haar enkele maanden later opnieuw tegenkwam, zei ze: “Ik heb het onthouden hoor!” Door gedrag te benoemen hoop ik bewustwording te creëren.’

‘Hoe maak je als familie aannemelijk dat de overledene geen donatie had gewild?’

Bijna immoreel
Een ander onderwerp dat zorgt voor ethische vraagstukken is de nieuwe donorwet. Mensen die geen keuze hebben vastgelegd in het donorregister zijn nu na overlijden automatisch orgaandonor. Kompanje volgt de invoering van de nieuwe wet met interesse. Hij voorziet dat de uitvoering van de wet niet zo simpel zal zijn als door de politiek voor ogen is gehouden. Ook is hij kritisch op de vertaling van de wet naar de werkvloer. Kompanje: ‘Ik vind de wet op sommige punten erg theoretisch. Omgaan met een stervende patiënt en toestemming vragen voor orgaandonatie is maatwerk. Het is daarbij onmogelijk te zeggen: zo handelen we in alle gevallen. Mensen zijn te verschillend en daar gaat mijns inziens de nieuwe wet volledig aan voorbij. Orgaandonatie is niet niks! De aanname dat iemand geen bezwaar heeft tegen orgaandonatie als hij zich niet heeft geregistreerd, is veel te kort door de bocht. De wet stelt dat als familie dan toch bezwaar maakt, zij aannemelijk moeten maken dat de overledene geen donatie had gewild. Ik vind dat bijna immoreel; hoe maak je zoiets aannemelijk? Vaak gaat het bij orgaandonatie over jonge mensen die plots komen te overlijden. Wat gebeurt er als de familie, na deze vaak onverwachtse en heftige gebeurtenis, donatie weigert en de arts na de verklaring van de familie bepaalt dat het verhaal niet aannemelijk is? De aannemelijkheid wordt deels bepaald door het referentiekader van deze arts en kan afwijken van de familie. Wordt er dan toch overgegaan tot uitnemen van de organen? De wet biedt geen handvatten voor het omgaan met dergelijke problematiek. Het maatwerk dat nodig is bij ‘end of life care’ mist. Er wordt voorbijgegaan aan de wensen en waarden van de overledene en diens familie.’ Kompanje pleit ervoor ieder geval individueel te blijven bekijken en respect te hebben voor het eventueel weigeren van orgaandonatie. ‘We hebben onze mond vol van ‘patient and family centered care’, laten we dat dan ook hierbij hoog in het vaandel houden! Ik zou graag zien dat wanneer de familie weigert, wij dat accepteren en ze sterkte wensen met het verlies van hun dierbare. Dat vind ik humaan, menselijk en respectvol!’•

contact
verhoeven.aafke@gmail.com

 

PA Invest 2020

Klinisch ethicus Erwin Kompanje is een van de sprekers bij het PA Invest-congres dat online plaatsvindt op donderdag 12 en vrijdag 13 november 2020. Kompanje’s livepresentatie staat gepland op vrijdag van 9.30 tot 10.15 uur.

 

Meer informatie:
pa-invest.nl

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?