Ik gebruik de manieren van docent en film-maker door elkaar

/ Interview

‘Ik gebruik
de manieren van
docent en film-
maker door
elkaar’

 

PA Anne-Marieke Graafmans werkte tijdens de lockdown in een huisartsenpraktijk. De filmmaker in haar zag kansen om de bewoners van verpleeghuis Het Hendrickszhuys in contact te laten blijven met de buitenwereld. Ze maakte daarover de documentaire Zie je me? Hoor je me? en won daarmee een Gouden Kalf.

tekst Wilma Admiraal
beeld Joost van Herwijnen

 

Je werkte in de zorg, bent aan de film­academie gaan studeren en vijf jaar na je afstuderen de opleiding tot PA gaan volgen. Hoe ben je tot deze stappen gekomen?
‘Ik wilde altijd op de ambulance werken, maar kwam er tijdens een stage achter dat ik wagenziek werd. Na mijn afstuderen als verpleegkundige ben ik daarom naar de SEH gegaan, waar ik twintig jaar ben blijven hangen. Toen mijn relatie uitging, wilde ik weer gaan studeren.
Ik ben naar allerlei open dagen geweest. Stomtoevallig liep ik langs de filmacademie in Amsterdam. Ik zette één stap over de drempel en dacht: dit voelt goed, dit ga ik doen! Ik wist echter niks van films en werd de eerste keer afgewezen. Maar ik wilde het heel graag, al kon ik niet aangeven waarom. Het jaar erna werd ik toegelaten en dacht ik: o shit, en nu?
‘Ik waarschuw studenten: over een halfjaar zitten jullie in een dip, maar daar kom je sterker uit’
Ik zei m’n baan op, verhuisde naar ­Amsterdam en ging vier jaar lang fulltime studeren aan de filmacademie. In de weekenden kluste ik bij op verschillende SEH’s om mijn studie en de huur te kunnen betalen. Toen ik de filmacademie had afgerond, vroeg ik me af of ik wel op de SEH wilde blijven werken. Dat werk viel me zwaar en emotioneel gezien was ik uitgewoond na de zoveelste reanimatie van een kind.
Ik gooide nog een keer het roer om en besloot nog één keer een opleiding te volgen. Dit werd de PA-opleiding. Ik maakte daarvoor de overstap naar een huisartsenpraktijk. Want een vaste baan met regelmaat kon ik goed combineren met film.
Toen gebeurde er iets onverwachts. Ik zag een vacature staan 
voor docent rolontwikkeling bij Inholland Amsterdam en dacht: er is iets mis met de docente. Ik nam contact met haar 
op om te vragen of het wel goed met haar ging. Maar het bleek om een uitbreiding te gaan.
Ik waagde het erop en solliciteerde op die baan. Nu werk ik inmiddels ruim twee jaar als docente en het werk bevalt goed. Ik kan mijn humor kwijt in dit werk. Ik mis wel het patiënten­contact, maar ik heb nu contact met studenten en leermeesters. Het heeft voordelen dat ik nog niet zo lang geleden ben afgestudeerd, want ik voel nog de pijn waar de studenten doorheen gaan. Ik waarschuw ze ook: over een halfjaar zitten jullie allemaal in een dip, maar daar kom je sterker uit.’

 

Hoe beïnvloeden je werk als filmmaker en je werk in de zorg elkaar?
‘Als filmmaker heb ik geleerd hoe ik moet interviewen en als PA hoe je een anamnese moet afnemen. Ik gebruik die twee manieren door elkaar. Als filmmaker kan ik mijn PA-tactiek inzetten om net iets meer van een hoofdpersoon te krijgen door dieper door te vragen. Als docent gebruik ik juist mijn skills als filmmaker om mensen meer op hun gemak te stellen en met rust meer uit ze te krijgen. Ik geef studenten mee dat als je jezelf kwetsbaar durft op te stellen, je dat ook terugkrijgt van je patiënten.’
In samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) wil Graafmans korte portretten gaan maken van mensen die hun wilsverklaring voorlezen aan dierbaren.Wanneer ontstond het idee?
‘Als nieuwe patiënten in onze huisartsenpraktijk kwamen kennismaken, vroegen ze bijna altijd of wij ook euthanasie deden. Mijn wedervraag was dan of ze dit weleens hadden besproken met hun naasten. Vaak kreeg ik als antwoord dat de kinderen het druk hadden, of ze de kinderen er niet mee wilden belasten. Ik vond dat best raar. Mensen bespreken dit wel met een huisarts of een PA, maar hebben het nooit binnen hun eigen kring besproken. Toen ontstond het idee om deze portretten te gaan maken. Ik wil dit soort films gebruiken tijdens mijn eigen lessen over intervisie, reflectie of om discussies op gang te brengen. Ik sta eigenlijk in twee werelden. Het is zo leuk om les te geven en te laten zien dat er zoveel meer is dan boeken en schriften.’

 

 

Boven: Linda en haar team.
Midden en onder: bewoners van Het Hendrickszhuys.

‘Het is zo leuk
om te laten zien
dat er veel meer
is dan boeken
en schriften’
Hoe kwam je op het idee om een documentaire te ­maken in Het Hendrickszhuys?
‘Toen ik hoorde van de eerste lockdown, werkte ik bij een huisartsenpraktijk en had ik twee verpleeghuizen die vielen onder mijn zorg. Ik dacht: hoe kunnen ze die mensen opsluiten? Hoe kunnen ze dan met elkaar praten? Ik ben met Joost, m’n man, gaan brainstormen. Dat leverde de skypekar op. Een kar met daarop een groot scherm dat bij bewoners naar binnen gereden kon worden. Via Skype kunnen ze dan met familie praten. We hebben de kar in één nacht gebouwd. Ik heb letterlijk de kar naar binnen gereden, getest en na twee uur ging de boel op slot.
Als filmmaker zag ik een unieke kans. Ik wilde de gesprekken opnemen en kijken of we er een documentaire van konden maken, want er ging iets gebeuren wat de geschiedenisboeken ingaat. Bewoners, familie, medewerkers, kortom iedereen in het huis gaf toestemming om de gesprekken op te nemen.’
De film kreeg een extra dimensie doordat locatiemanager Linda Fokke vanwege gezondheidsredenen het team vanuit huis moest aansturen. Ook met deze gesprekken mocht Graafmans meekijken en dit werd de motor van de film.
Wat betekent deze film?
‘Het is de enige film die van zo dichtbij laat zien hoe het was in de huizen tijdens de eerste golf, maar ik wilde deze film ook maken voor de familieleden. Het is een bijzonder document geworden van een overleden vader, een moeder, een geliefde. Ik ben blij dat we dit hebben kunnen maken én dat we het kalf hebben gewonnen. Dat maakt deze film onsterfelijk. Als winnaar popt deze film op als mensen iets zoeken om te gaan kijken. Dat verdienen de zorg, de families en de mensen die in dat huis wonen.’
Voor welke dilemma’s kwam je te staan tijdens het ­maken van de documentaire?
‘Normaal gesproken heb je een jaar nodig om een film voor te bereiden. Nu waren er verschillende dilemma’s die heel snel moesten worden opgelost. Een eerste vraag ging over het gebruik van een scherm om te communiceren. Als je cognitief slecht bent en je ziet ineens je dochter in een televisie, wat doet dat dan met dat brein? Ben ik ethisch gezien wel goed bezig voor deze mensen? Ik heb hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder gebeld. Je moet me helpen! Ik wil dit project gaan doen en het moet morgen. Hij antwoordde dat dit perfect was voor de bewoners omdat het brein wordt gestimuleerd. Daardoor krijgen mensen juist weer een boost.
Omdat ik zelf uit de zorg kom, zag ik ook meteen bepaalde ­dilemma’s. Zo was er geen duidelijk protocol aan het begin van de pandemie, en wát er was, werd niet altijd gevolgd. Je zag op de beelden bijvoorbeeld mensen zonder beschermende kleding of die elkaar aanraakten. Ik vroeg me af of ik het personeel in gevaar zou brengen door dit te tonen. Ik vroeg daarom aan de inspectie: als jullie dit zien, wat zeggen jullie dan? De inspectie reageerde positief: “Het is fantastisch dat mensen niet alles volgens de regeltjes doen, maar dat er ook ruimte is voor intermenselijk contact. Wij zullen daar nooit een vergrootglas op leggen. Wij kijken altijd naar wat de situatie was en hoe daarmee is omgegaan.”
Wat heeft het maken van Zie je me? Hoor je me? met jou gedaan?
‘Ik vond het maken van deze documentaire heftig. Ik kende de bewoners, het team en Linda. Ik werkte er niet meer, maar zag ze nog steeds als mijn patiënten. Ik kreeg elke dag het materiaal binnen van alle gesprekken. Elke avond typte ik urenlang de gesprekken uit om bij te houden wat er was gezegd. Dit is nodig om scènes te kunnen zoeken op thema als je de film gaat bouwen. Eén situatie is me sterk bijgebleven. Een echtpaar overleed twee dagen na elkaar. Ook het overlijden maak je mee, het uitzoeken van de kleren en het afscheid nemen via Skype. Echt gruwelijk. Alles is gefilmd. Dat vond ik heel heftig. Toen ben ik een paar dagen gestopt om dat uit te typen. Dan krijg je je gedachten weer op een rijtje en ga je door. In overleg met de familie is besloten deze verhaallijn niet in de documentaire te gebruiken.
Het is nu bijna twee jaar geleden dat de eerste lockdown begon. Hoe kijk je op die periode terug?
‘Tijdens het maken van de film kreeg ik het gevoel dat de regering de deur van de verzorgingshuizen had dichtgetrokken en de boel gecontroleerd liet uitbranden. De zorg werd gewoon vergeten. Er was geen goed materiaal om het personeel te beschermen. 80 procent van het team heeft corona gehad. Op de SEH en de ic krijg je begeleiding na heftige gebeurtenissen, maar daar totaal niet. In een verpleeghuis heeft acute zorg geen prioriteit. Maar het personeel had het gevoel dat het leven letterlijk uit hun handen glipte. Ze konden de familie niet begeleiden. Ze hebben gezien hoe bewoners in twee dagen achteruitgingen en doodgingen zonder dat ze iets konden doen.
Het zorgpersoneel dat deze pandemie van dichtbij meemaakte, zou meer in beeld moeten komen. Ga nu eens met deze mensen in gesprek over wat het met hen heeft gedaan in plaats van steeds maar weer dezelfde viroloog in een praatprogramma en al dat politieke geneuzel.
Ik heb nu alweer plannen voor nieuwe films. Zo onderzoek ik de armoede in Nederland en de toeslagenaffaire, en er zijn plannen voor een documentaire over een rockkoor van ouderen in Amstelring. Ik heb mooie dromen en probeer de wereld een beetje beter te maken.’ •

contact
wilma-de-ruiter@hotmail.com
Meer informatie: www.annemariekegraafmans.nl


Oproep
‘Meer dan een PA’
Ben je een PA of ken je een PA met een ­bijzondere hobby of die er nog een andere baan op na houdt, laat het ons dan weten.
Mail naar: redactie@napa.nl
Tijdlijn:

Januari 2020: de Tweede Kamer wordt ­geïnformeerd over een uitbraak van een nieuw coronavirus in de Chinese stad Wuhan. In Europa zijn de eerste coronabesmettingen.

27 februari 2020: de eerste corona­besmetting in Nederland.

Maart 2020: het kabinet maakt de eerste maatregelen bekend: handen wassen, in de elleboog niezen en geen handen meer schudden. Halverwege maart gaat Nederland in gedeeltelijke lockdown en sluiten horeca, scholen en kinderopvang.

19 maart 2020: verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen in de ouderen­zorg sluiten voor bezoekers en anderen die niet noodzakelijk zijn voor de basiszorg.

Bron: rijksoverheid.nl


Dit artikel in pdf.

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?