Interview: PA’s pionieren met hart en ziel

/ interview

Voor een jong vak als dat van physician assistant ligt er in het zorglandschap veel terrein braak. Regelmatig gaan PA’s als eerste aan de slag in een nieuw vakgebied. Drie PA’s vertellen hoe het is om te pionieren. ‘Er is geen voorbeeld om te volgen, je moet alles zelf uitvinden.’

tekst Robert Crommentuyn, Milena Babovic, Aafke Huitink-Verhoeven
beeld Ed van Rijswijk (foto. 1 en 3), Kees van de Veen (foto 2)

PDF van dit artikel

Renée Vijgen (32) rolde het vak in nadat ze drie keer was uitgeloot voor de studie geneeskunde. Als alternatief begon ze aan de opleiding tot verpleegkundige en dat bleek een goede keuze. Na enkele omzwervingen belandde ze op de ic als verpleegkundige en werkte ze op de mobiele ic-unit van Amsterdam UMC, locatie AMC. Daar begon het in 2016 te kriebelen. ‘Na zes jaar verpleegkunde was ik toe aan iets nieuws en toen zich de mogelijkheid voordeed om PA op de afdeling Interne – Hematologie te worden heb ik die kans met beide handen aangegrepen. Het werk op de ic is uitdagend, ik houd van de acute zorg. Maar hematologie bood meer. Ook daar gaat het vaak om acute zorg, maar het is ook complexe zorg, met ingewikkelde ziektebeelden.’

Hematologie valt onder interne geneeskunde. En hoewel dat een van de grotere afdelingen binnen het ziekenhuis is, was Vijgen daar de eerste PA. ‘Dat maakte de overstap wel heel uitdagend. Er is geen voorbeeld om te volgen, je moet alles zelf uitvinden.’ Bij het pionieren hoort ook dat de verwachtingen nog niet helder zijn, zegt Vijgen. ‘Eigenlijk weet in het begin niemand nog wat ze van je kunnen verwachten, de artsen niet, de verpleegkundigen niet en de patiënten niet. En eigenlijk weet je zelf ook nog niet wat je kan verwachten. Dus dat levert veel onzekerheid en aftasten op.’

Geen seconde spijt

Vijgens leidinggevende Marie-José Kersten, hoofd van de
afdeling Hematologie, raakte enthousiast voor de functie van PA na een werkbezoek aan het Radboudumc. Vijgen: ‘De meerwaarde was voor haar snel duidelijk. Patiënten liggen vaak lang op de afdeling, met complexe ziektebeelden als acute myeloïde of lymfoïde leukemie en verschillende non-hodgkinlymfomen. De arts-assistenten komen en gaan. Daardoor ontbreekt de continuïteit. Die kan ik als PA wel bieden. Ik werk als zaalarts en heb daarbij acht patiënten onder mijn hoede. Ik begin elke dag met een visite samen met de verpleegkundigen en in de middag bespreek ik het ingezette beleid met de hematoloog. Op deze afdeling bouw je zo een nauw contact op met de patiënten. Het gaat vaak om jonge mensen en helaas is herstel niet altijd mogelijk.’ Dat laatste maakt het voor Vijgen wel een heel pittige baan. ‘Gelukkig zijn er intervisiebijeenkomsten om emotionele gebeurtenissen te bespreken en hebben we een fijn team waarin we over alles kunnen praten. Ik heb nog geen seconde spijt van mijn overstap van de ic naar hematologie.’

Groei in vertrouwen

Naast het werk als zaalarts houdt Vijgen zich bezig met de begeleiding van coassistenten en arts-assistenten en zet zij zich in voor kwaliteitsbevordering op de afdeling. Inmiddels is er naast Vijgen een tweede PA in opleiding op de afdeling. ‘Daardoor kan ik een aantal taken delegeren en nieuwe taken erbij nemen. Zo fungeer ik nu als consultant voor andere afdelingen. Als er ergens in het ziekenhuis op een andere afdeling een patiënt ligt met een hematologisch probleem, dan kan ik in consult geroepen worden. De wederzijdse verwachtingen zijn inmiddels helder inderdaad. Het vertrouwen in mijzelf en het vertrouwen van anderen in mij is enorm gegroeid.’

Voor PA’s die gaan pionieren heeft Vijgen nog wel een aantal tips. ‘De eerste tip is om contact op te nemen met andere PA’s die hebben gepionierd. Wissel ervaringen uit en leer van elkaar. Ik heb dat zelf ook gedaan.’ Vijgen vertelt dat haar sparring­partner Bart Ruiterkamp is, PA Hematologie in het Radboudumc en de man die Vijgens afdelingshoofd inspireerde. ‘Met Bart ben ik een keer een dag meegelopen en we bellen en mailen regelmatig.’

Vijgens tweede tip is doelen stellen. ‘Ik houd daarvoor een termijn van tien weken aan en spreek met mezelf af wat ik over tien weken moet kunnen of bereikt moet hebben, en ik doe dan aan het einde van zo’n periode een goede evaluatie.’ Tot slot wil Vijgen pionierende PA’s op het hart drukken om het verpleegkundige team vanaf het begin bij de opleiding en ontwikkeling te betrekken. ‘Dat helpt om de wederzijdse verwachtingen snel helder te krijgen. Met steun van de artsen en verpleegkundigen wordt het leven als PA veel aangenamer.’

Renée Vijgen
‘Met de steun van artsen
en verpleeg­kundigen
wordt het leven
als PA veel
aangenamer’

Ambassadeur

Dat Vijgen haar draai heeft gevonden blijkt wel uit het feit dat zij door een collega op de afdeling werd genomineerd voor de titel van ‘PA van het jaar’. Tot haar vreugde werd zij november vorig jaar ook daadwerkelijk verkozen. ‘Ik merk dat het veel losmaakt. Ik krijg veel reacties en mensen zoeken contact.’

Met deze tijdelijke eretitel ziet Vijgen een rol voor zichzelf weggelegd als ambassadeur van de pionierende PA’s. ‘Zonder covid-19 was ik ongetwijfeld vaker de boer opgegaan en had ik meer mijn gezicht kunnen laten zien. Maar desondanks benut ik de mogelijkheden die zich voordoen. Zo ben ik mentor van onze eigen PA in opleiding en heb ik in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein verteld over mijn werk. En intussen zijn andere afdelingen van Interne Geneeskunde van Amsterdam UMC ook geïnteresseerd geraakt. Dus hopelijk krijgt mijn werk navolging.’

Groot contrast

Pionieren doet Shirly Wübbels (25) ook. Zij is de eerste physician assistant die opgeleid wordt in het verrichten van klinisch geneesmiddelenonderzoek. In september 2020 begon zij bij PRA Health Sciences in Groningen met haar MPA-opleiding (Master Physician Assistant). PRA is een klinisch onderzoekscentrum met circa 150 bedden, die door diverse opdrachtgevers wordt benaderd om klinische studies met geneesmiddelen uit te voeren.

Hiervoor werkte Wübbels als oncologieverpleegkundige op de afdeling Abdominale en Urologische Oncologie bij Treant Zorggroep. Relatief veel oncologische patiënten in haar vorige baan namen deel aan klinische trials met betrekking tot levensverlengende behandelingsvormen. Zo is haar affiniteit met wetenschappelijk onderzoek ontstaan. Toch kon het contrast bijna niet groter zijn. ‘De mensen die deelnemen aan klinisch geneesmiddelenonderzoek bij PRA zijn gezond, in tegenstelling tot de ernstig zieke patiënten die ik vroeger zag. Het vraagt een andere benaderingswijze. Psychosociale zorg heeft plaatsgemaakt voor een luchtig gesprek over alledaagse dingen.’ Wübbels vertelt dat ze in deze functie aan het begin van geneesmiddelenonderzoek staat, waarbij vooral onderzocht wordt hoe het medicijn wordt verdragen en of het veilig is. ‘Mijn dagelijkse werkomgeving ziet er anders uit dan in het ziekenhuis. Het is een internationaal georiënteerde en zakelijke wereld. Dit was in het begin best even wennen.’

Shirly Wübbels
‘Er waren
veel eerste
keren’

Landelijke stem

Wübbels wordt in het gehele traject van de klinische studie actief betrokken. Dat traject beloopt tussen de vier en twintig dagen waarbij deelnemers al die tijd in de kliniek verblijven. Behalve de dagelijkse visite langs de klinische afdelingen houdt ze zich achter de schermen bezig met het doseren van het te onderzoeken geneesmiddel. Ook diagnosticeert ze bijwerkingen en publiceert ze Dose Escalation Reports, waarin wordt vastgelegd of het verantwoord is om de dosis van het betreffende geneesmiddel te verhogen. ‘Het werk is zeer afwisselend, omdat het om een brede scope aan klinische studies gaat. Juist door de breedte van het aanbod, komt de breedte van MPA-opleiding goed van pas. Het opleidingstraject bestaat uit diverse onderwijsblokken. In elk blok staat een bepaalde tractus centraal. Om de drie maanden loop ik een drie weken durende stage binnen het betreffende specialisme. Gelukkig lukt het mij, ondanks corona, om stageplekken te vinden.’

In een nieuwe functie is het belangrijk dat je kunt sparren met andere zorgprofessionals. Wübbels kan dat sowieso met een
andere physician assistant, die vlak voor de start van haar opleiding in dienst kwam bij PRA. Daarnaast heeft zij een leermeester en een mentor bij wie ze terecht kan. ‘Er waren veel eerste keren. Het SEPA-pakket (Specific Entrustable Professional Activities) heb ik zelf moeten vormgeven, ook hebben we veel gesproken over de delegatie in werkzaamheden. Als je je vragen aan de juiste mensen kunt stellen, helpt dat je verder.’ Wübbels kijkt met een goed gevoel naar de toekomst en wil de komende jaren in dit werkgebied blijven groeien. ‘Momenteel ben ik student-lid van de opleidingscommissie van de Hanze Hogeschool. Daarin stel ik mijn affiniteit met het uitdragen van professioneel leiderschap centraal. De komende jaren wil ik graag een landelijke stem zijn voor mijn medestudenten binnen de NAPA-ledenraad. Verbinding creëren en de positie van de PAio centraal stellen zie ik als belangrijkste taken.’

Plafond

Dat de competenties van PA’s ook inzetbaar zijn buiten de kliniek bewijst Gaby van Bentum (33). Zij maakte twee jaar geleden een opvallende carrièreswitch van PA neurochirurgie naar de functie van ‘manager account en beleid’ bij medTzorg, een bedrijf dat eerstelijnszorg levert aan mensen die geen vrije huisartskeuze hebben. Van Bentum had als PA neurochirurgie in het UMC Utrecht een uitdagend takenpakket. Haar werkzaamheden varieerden van zaalarts-taken, het draaien van spreekuur en het uitvoeren van kleine ingrepen als spier- en zenuwbiopten. Daarnaast assisteerde ze bij intracraniële en spinale chirurgie en bracht ze externe lumbale drains in. ‘Ik vond mijn functie ontzettend leuk maar toch begon het te kriebelen. De neuro­chirurgen in spe groeiden door en werden medisch specialist. Mijn functie had deze doorgroeimogelijkheden natuurlijk niet. Ik overwoog om alsnog geneeskunde te gaan studeren maar zag hier uiteindelijk vanaf.

De privé-offers die je voor een carrière als medisch specialist moet brengen, vond ik te groot.’ Toch bleef ze op zoek naar mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen. Haar loopbaan nam een onverwachte wending toen haar zwager haar attendeerde op een Retailmanagement traineeship bij een supermarktketen. ‘Het was leerzaam om een kijkje te nemen buiten de gezondheidszorg’, vertelt Van Bentum enthousiast. ‘De organisatorische kant van het werk paste goed bij mij maar ik merkte al snel dat ik de gezondheidszorg miste. Binnen deze sector wilde ik mijn nieuw opgedane kennis en vaardigheden combineren met mijn ervaringen als PA.’ De privé-offers die je voor een carrière als medisch specialist moet brengen, vond ik te groot.’ Toch bleef ze op zoek naar mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen. Haar loopbaan nam een onverwachte wending

Gaby van Bentum
‘Ik spreek
dezelfde taal als huisartsen en merk dat zij dat prettig vinden’
 toen haar zwager haar attendeerde op een Retailmanagement traineeship bij een supermarktketen. ‘Het was leerzaam om een kijkje te nemen buiten de gezondheidszorg’, vertelt Van Bentum enthousiast. ‘De organisatorische kant van het werk paste goed bij mij maar ik merkte al snel dat ik de gezondheidszorg miste. Binnen deze sector wilde ik mijn nieuw opgedane kennis en vaardigheden combineren met mijn ervaringen als PA.’

Vertaalslag

Haar nieuwe uitdaging vond ze bij medTzorg, een kleinschalig bedrijf dat landelijke huisartsenzorg levert in gevangenissen, tbs-klinieken en op politiebureaus, maar ook binnen verpleeghuizen, verstandelijk gehandicapteninstellingen en psychiatrische instellingen. Vooral de populatie spreekt Van Bentum aan. ‘Voor deze kwetsbare groep mensen kunnen we echt het verschil maken.’

In haar functie fungeert ze als schakel tussen kantoor, de huisartsclusters en de aangesloten instellingen. ‘Ik verzamel informatie van de huisartsen en de instellingen waar wij de dienstverlening voor verzorgen. Zo wordt bij het artsenoverleg besproken hoe het medisch-inhoudelijk en organisatorisch loopt. Die informatie gebruikt ons team om beleid te maken of aan te passen. Bij een volgend artsenoverleg geef ik vervolgens terugkoppeling van dit beleid en maak ik hiermee de vertaalslag naar de werkvloer.’ Ook klantenwerving behoort tot haar takenpakket. ‘Bij justitiële instellingen werkt dit middels een aan­besteding. Ik beoordeel dan of wij de gevraagde dienst­verlening kunnen verlenen en werf daarbij waar nodig nieuwe huisartsen.’ Haar medische kennis komt vooral van pas bij het contact met de huisartsen. ‘Ik spreek dezelfde taal en merk dat zij dat prettig vinden.’

Schouders eronder

Van Bentum heeft naar eigen zeggen niet alleen kennis mee­genomen naar haar nieuwe werkomgeving maar ook een hands-on-mentaliteit. ‘PA’s zijn mensen die niet snel bij de
pakken neerzitten en weten hoe het is om te pionieren. Ik zet
dan ook graag mijn schouders eronder en ga uitdagingen niet
uit de weg.’

Heimwee naar haar oude baan heeft ze niet. Wel mist ze af en toe het patiëntcontact en de klinische werkzaamheden. ‘Ik ben verantwoordelijk voor het faciliteren van het werk van de huisartsen maar voer zelf geen medische taken meer uit. Dat vind ik soms jammer omdat ik dit nog altijd erg interessant vind en het met heel veel plezier gedaan heb.’ Momenteel zijn er nog geen PA’s werkzaam binnen de huisartsclusters maar Van Bentum voorziet dat dit in de toekomst weleens zou kunnen gaan veranderen. ‘Wie weet kan ik op termijn mijn huidige functie combineren met werkzaamheden als PA!’ •

Uw reactie

Velden voorzien van een * zijn verplicht

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?