Promoveren als PA: hobbels en hoogtepunten

/ interview

Promoveren als PA:

hobbels en
hoogtepunten

Twee physician assistants die in mei dit jaar promoveerden, vertellen over hun promotietraject. Wat betekende het voor hen persoonlijk, en wat kunnen ze ermee betekenen voor het vak? ‘Wij, PA’s, moeten laten zien dat niemand meer om ons heen kan.’

tekst Wilma Admiraal
beeld Getty Images

 

‘Je moet wel enigszins stress­bestendig zijn’

Margriet Kwint (39) werkte als radio­therapeutisch laborant in het Antoni van Leeuwen­hoekziekenhuis toen daar een opleiding voor physician assistants begon die haar een mooie uitdaging leek. Het bleek tevens het begin van een carrière als onderzoeker. Haar leermeester was actief in onderzoek naar long­kanker en nam haar mee naar besprekingen. Voor haar afstudeeronderzoek deed Kwint een pilotstudie, die uitmondde in een mondelinge presentatie op een congres in Genève. Ook werd haar studie als manuscript geaccepteerd in een internationaal tijdschrift.
Projecten op de werkvloer gaven de aanzet tot volgende publicaties. ‘Naast mijn werk in de kliniek ben ik altijd met onderzoeksprojecten bezig. Daar kwamen artikelen uit voort.’ Al na haar tweede publicatie werd voor Kwint duidelijk dat ze verder wilde in de research. ‘Onderzoek vind ik leuk. Ik dacht: misschien kan ik daarin meer zelfstandigheid en vrijheid creëren door een PhD te krijgen.’ Na de derde publicatie gingen haar promotoren ermee akkoord dat ze zou starten met haar eigen promotietraject.Tegenslag en tijdverlies
Naast de fulltimeaanstelling in de kliniek had Kwint echter geen uren voor research. Ze moest uurtjes sprokkelen en veel vrije tijd investeren. ’s Avonds ging ze langer door en op vrije dagen kwam ze naar het ziekenhuis. Er kwamen extra uitdagingen bij in de vorm van de eerste covid-lockdown en een gecompliceerde tweelingzwangerschap. Met gevoel voor understatement zegt ze: ‘Om dit naast het werk in de kliniek te doen en te combineren met een gezin moet je enigszins stressbestendig zijn.’
Juist het artikel waarvan de verwachtingen het hoogst waren, werd een grote tegenvaller. ‘We wilden een predictiemodel maken met behandeluitkomst voor longkankerpatiënten. Uit een pilot kwamen heel interessante data, maar bij het grote cohort was de studie negatief. We waren er heel lang mee bezig geweest, en het bleek een dood spoor.’ Op dat soort momenten kreeg ze steun uit haar werkomgeving. ‘Ik heb het geluk dat ik in een ziekenhuis werk waar onderzoek een groot deel van het werk is. Er zijn hier veel mensen bij wie ik terecht kan met vragen als ik vastloop of wil brainstormen.’

Internationaal spreker
Ondanks die tegenslag kon Kwint zes artikelen publiceren. Daarmee had ze genoeg in handen om te promoveren. Ze hoefde alleen nog de inleiding en discussie te schrijven, maar toch moest ze de deadline loslaten: door de strenge lockdown konden haar ouders niet meer op haar kinderen passen. ‘Maar ik ben wel gestaag verdergegaan. Omdat ik een vaste aanstelling had in plaats van een vierjarig PhD-contract had ik de stress niet van een harde deadline.’
Gevraagd naar de hoogtepunten van haar promotietraject zegt ze: ‘Verdieping en uitdaging vinden in mijn werk, dat heb ik nodig. Ik krijg energie als ik problemen tegenkom in de praktijk die ik kan oppakken om verbeteringen door te voeren. In mijn geval kon ik de behandeling van longkankerpatiënten ver­beteren. Ook ben ik als spreker op internationale congressen geweest, van Japan tot Australië. Daar raakte ik met mensen in gesprek die nieuwe ideeën hadden. Dat gaf me inspiratie om dingen op te pakken waarmee ik de behandeling verder kon helpen.’

Leuke combinatie
Nu Kwint sinds mei dit jaar haar titel op zak heeft, gaat ze eerst genieten van haar gezin en de – relatieve – rust op het werk. Wel wil ze zichzelf blijven uitdagen: ‘Binnen onze afdeling zijn genoeg nieuwe initiatieven. Ik vind het leuk om met patiëntenbezig te zijn, maar na een zware poli is het leuk om me ter afwisseling met een dataset bezig te houden. Daarom spreekt de combinatie van werken in de kliniek en het doen van research me aan.’
Kan ze een dergelijk traject aan andere PA’s aanbevelen? Ja, zegt Kwint: ‘Als je enthousiast werd van je afstudeeronderzoek, dan is er in onze functie ook ruimte voor een taakherschikkende rol binnen de wetenschap. Je moet wel in een academische setting werken of bij een “research minded” instituut.’ Ze adviseert: ‘Zorg dat je bij researchprojecten betrokken raakt, zodat je jezelf op de kaart zet bij de mensen die onderzoek doen. Probeer bijvoorbeeld coauteur te worden of begin met een pilotstudie.’ Vervolgens zijn er volgens Kwint twee opties. ‘Je kunt solliciteren naar een PhD-functie, of je creëert, als je een goed idee hebt, een eigen traject.’ Haar belangrijkste tip: ‘Zorg dat je er uren voor krijgt. Hoeveel, dat ligt er natuurlijk aan hoelang je erover wilt doen. Maar als je een aantal dagdelen zonder klinische zorg hebt, kun je af en toe gewoon doorwerken.’

‘Een mailtje krijgen dat ze je artikel gaan publiceren, dat is geweldig’

Luppo Kuilman (45) werkte vanaf 2001 voor de Medische Opvang Asielzoekers (MOA-GGD) en merkte daar al gauw dat hij verder wilde. ‘Door de veranderende asielpolitiek kwam ik in 2004 op de herplaatsingslijst. Loopbaanoriëntatie bracht me bij het beroep van PA.’ Kuilman meldde zich aan bij vier hogescholen. Een ervan, Inholland, bracht hem in contact met het afdelingshoofd urologie in het Vumc, die had laten weten geïnteresseerd te zijn in het opleiden van een PA. Via deze weg werd hij uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. ‘In het tweede jaar raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de wetenschappelijke studies die werden gedaan bij de urologie. Ik kreeg de vraag of ik een pilot­studie zou willen uitvoeren. Het onderwerp sloot aan bij mijn werkzaamheden als student PA andrologische urologie en ik kreeg een promotieonderzoek in het vooruitzicht gesteld.’
Door omstandigheden kwam dat onderzoek niet van de grond, maar Kuilman gaf niet op. ‘Ik liet me sterken door de woorden van mijn leermeester Eric Meuleman, hoogleraar andrologische urologie: “‘Probeer van je vak een vak te maken!”. Daarom nam ik ontslag en startte bij de Hanzehogeschool Groningen als docent en promovendus.’

Keuze tussen PA en arts
Zijn eerste wetenschappelijke artikel ging over de bereidheid van patiënten om een keuze te maken tussen physician assistant en arts. Het vormde de start van zijn promotietraject. Het eind daarvan kwam echter niet in zicht, doordat hij zijn handen vol had aan zijn uitdagingen als beginnend docent en het begeleiden van het ziekteproces van zijn vader. ‘Na een paar jaar kwam ik Berry Middel tegen, de toenmalig principal investigator van het UMCG Groningen. Hij vroeg me: Luppo, wat wil je eigenlijk zelf? Daarmee werd hij de inspirator van mijn promotieonderzoek.’
Zijn inspirator hielp hem ook richting te geven aan zijn onderzoek. Eén ding wist Kuilman zeker: hij wilde de ethische besluitvorming door PA’s gaan onderzoeken. ‘Tijdens de MPA-opleiding hadden we al eens een essay moeten schrijven over dit onderwerp en de literatuur intrigeerde me toen al sterk.’ Met een plan de campagne en een begeleidingscommissie ging Kuilman in 2013 van start als promovendus. Hij deed een haalbaarheidsstudie onder studenten en begon daarna al snel met landelijk uitzetten van vragenlijsten, eerst onder PA’s en daarna onder verpleegkundig specialisten (VS’en).

Verheugende e-mails
Dat hij zijn promotieonderzoek niet binnen vier jaar afrondde, kwam doordat zaken af en toe anders liepen dan gepland. ‘Na een jaar kwam er een functie vrij als programmamanager bij de opleiding MPA, waarop ik besloot te solliciteren.’ Vanaf die tijd had hij een divers palet aan werkzaamheden: de opleiding voorbereiden op een visitatie, een nieuw curriculum ontwikkelen, de instroom van het aantal studenten verdubbelen – én zijn promotieonderzoek. ‘Dat was nogal enerverend. Maar als ik erop terugkijk, heb ik er nog steeds geen seconde spijt van.’
Wat zoal de ups en de downs waren? Vreugdevolle momentjes vormden de e-mails van redacteuren van wetenschappelijke tijdschriften die aankondigden dat ze een artikel zouden publiceren. ‘Na het lezen van zo’n e-mail slaap je de nacht daarna geweldig!’
Een minpunt was volgens Kuilman de lange adem die hij nodig bleek te hebben. ‘Voortdurend het gevoel van: het is nog niet af. Kan ik nu, hier op een terras met vrouw en kinderen, wel even genieten van een kopje koffie? Het traject heeft veel gevraagd van mijzelf en de mensen om me heen. In de laatste jaren verschoof het werken aan het proefschrift naar de avonden en weekenden. In die tijd heb ik toch wel dingen gemist. Nu is het weer: family first en dan pas de rest.’

Ambitie tonen
Tegen PA’s die interesse hebben in wetenschappelijk onderzoek en graag zouden willen bijdragen aan kennisontwikkeling van ons vak, zegt Kuilman direct volmondig: ‘Moet je doen!’ Dat hoeft volgens hem niet direct in de vorm van een promotie­onderzoek. ‘Het kan prima een eigenstandige studie zijn over een vraag die prikkelt of waarover nog weinig is gepubliceerd. Laat vooral zien dat je wetenschappelijke ambities hebt. Sluit je een aantal weekenden op en schrijf een manuscript. Laat zien dat je wilt bijdragen aan onderzoek: help bij het verzamelen van data, schrijf mee aan subsidieaanvragen, rapporten, artikelen, et cetera. Op die manier maak je zichtbaar wat je in huis hebt en gaat men de PA misschien meer betrekken bij wetenschappelijk onderzoek.’
Belangrijk, zegt Kuilman, is dat je een onderwerp kiest waarvan je hart sneller gaat kloppen. Dat maakt hij ook zijn studenten bij hun afstudeeronderzoek al duidelijk. ‘Wat ik wenselijk zou vinden, is dat meer PA’s in Nederland onderzoek gaan doen. Er is al veel en belangrijk onderzoek gedaan náár de beroepsgroep, maar er is nog maar weinig onderzoek gedaan vanúít de beroepsgroep.’ •

 

Proefschrift Margriet Kwint:
www.publicatie-online.nl/publicaties/margriet-kwint



Proefschrift Luppo Kuilman:
www.publicatie-online.nl/publicaties/luppo-kuilman


Mogelijke promotie­trajecten
Promoveren als werknemer van een universiteit of universitair medisch centrum:
Dit is de gebruikelijke 4-jarige promotieaanstelling. Je solliciteert naar een functie van promovendus, PhD-student of een PhD-positie. Meestal krijg je eerst een contract voor 1 tot 1,5 jaar. Dan vindt een evaluatie plaats. Blijkt daaruit dat je op de goede weg bent, dan wordt het contract verlengd. In totaal ben je 4 jaar in dienst. Binnen die periode moet het promotieproject worden volbracht.
Promoveren zonder dienstverband bij een universiteit of universitair medisch centrum:
Er zijn ook andere opties; daarvoor geldt wel dat het promotieonderzoek wordt begeleid door een promotor van een universiteit of universitair medisch centrum. De universiteit stelt voor alle promovendi dezelfde ingangseisen en kwaliteitseisen aan het proefschrift.

  • Als beurspromovendus ontvang je financiering voor een promotieonderzoek van een externe beurzenverstrekker. Deze verstrekker zal eigen eisen aan je stellen als kandidaat.
  • Als extern gefinancierde promovendus doe je promotieonderzoek in de tijd van je eigen werkgever. Vaak word je voor een deel van je aanstelling vrijgesteld voor het onderzoek.
  • Als buitenpromovendus promoveer je in je eigen tijd en op eigen kosten. Het traject van een buitenpromovendus wordt vanwege het parttimekarakter vaak over een langere periode gepland dan de andere trajecten.
  • contact
    wilma-de-ruiter@hotmail.com

    Dit artikel in pdf

    Uw reactie

    Velden voorzien van een * zijn verplicht

    Nieuwsbrief

    Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

    Contact opnemen?