Paula (39) is een ondernemer in een witte jas: ‘Wat wij doen is mogelijk voor 30 procent van ziekenhuiszorg’

PA IN PRAKTIJK: Anderhalvelijnszorg

Tekst en beeld tekst Maja Landeweer 

Zie voor meer praktijkvoorbeelden van anderhalvelijnszorg de website van Platform Zorgmasters

De veranderingen in de zorg bieden kansen aan ondernemers. Paula de Ruiter zette MijnVaatKliniek op, waarmee ze specialistische vaatzorg aanbiedt in de huisartsenpraktijk, zodat de patiënt hier niet meer voor naar het ziekenhuis hoeft.

Ze moet er aan wennen, om zichzelf ondernemer te noemen. In de eerste plaats voelt ze zich zorgverlener. Dat is ze ook nog steeds. Paula de Ruiter (39) zette in 2018 een eigen bedrijf op, maar bleef daarnaast gewoon als physician assistant op de afdeling vaatchirurgie in het ziekenhuis werken. De eind dertiger is nu bijna op het punt, zegt ze, dat MijnVaatKliniek zo groot is geworden dat het honderd procent van haar aandacht vraagt.

De Ruiter – vrolijke bos krullen, serieus gezicht – is een ondernemer in een witte jas. Haar focus ligt al 15 jaar op het helpen van de patiënt. Tegelijk signaleert ze dat de vraag groeit en dat de patiënt lang op de wachtlijst staat voor een relatief eenvoudig onderzoek. Een onderzoek waar je de faciliteiten van een topklinisch ziekenhuis als HMC – dat complexe behandelingen uitvoert – eigenlijk niet per se voor nodig hebt.

Goedkoper

Ze besluit zelf iets op te zetten buiten de muren van het ziekenhuis. ,,Daar lagen de kansen om iets te veranderen. Binnen grotere structuren is dat lastig. Niet iedereen zit altijd op dezelfde lijn. Mijn idee was dat zorgverleners die geen dokter zijn, maar wel een master hebben behaald als physician assistant of verpleegkundig specialist, een deel van de zorg zelfstandig aanbieden. We kunnen hun capaciteiten beter benutten dan we nu doen. Vergelijk het met de samenwerking tussen de gynaecoloog en de verloskundige. Alleen de complexe bevallingen gaan naar de gynaecoloog.”

Bij MijnVaatKliniek kunnen patiënten terecht voor onderzoek naar en behandeling van spataders, etalagebenen en vaatvernauwingen op de uren dat er een kamer vrij is in de huisartsenpraktijk. Nu, anno 2021, ziet ze de eerste resultaten. 175 huisartsen in de Haagse regio verwijzen hun patiënten naar haar door. Daarvan moet een klein deel, 10 procent, alsnog naar het ziekenhuis. De overgrote meerheid blijft dat ziekenhuisbezoek – inclusief langere wacht- en reistijden en hogere kosten voor de samenleving – bespaard. ,,Het is 30 procent goedkoper.”

Enorme personeelstekorten

Alle betrokken partijen – van landelijke overheid tot gemeenten, zorgverzekeraars en zorginstellingen – zien de noodzaak in om de zorg anders te organiseren, weet Arnold van Halteren, directeur van Stichting Transmurale Zorg, waar zorgaanbieders uit Den Haag en omgeving bij zijn aangesloten, om samen de zorg te verbeteren. Als we op de huidige voet doorgaan, redden we het niet, weet hij. ,,Dat heeft vooral te maken met de enorme personeelstekorten. Die zullen verder oplopen. We kunnen alleen goede zorg blijven bieden, als we het slimmer gaan organiseren.”

HMC stelt op haar website dat 10 procent van het huidige zorgaanbod volgend jaar, in 2022, buiten de muren van het ziekenhuis zal worden aangeboden. Doordat er zorg naar de huisartsenpraktijk verschuift, zoals via MijnVaatKliniek, en door de toepassing van nieuwe snufjes, zoals beeldbellen.

Helden

De crux, zegt Van Halteren, zit hem in samenwerking. Nu zijn zorgverleners allemaal verantwoordelijk voor hun eigen stukje: de welzijnswerkers, de huisartsen, de ziekenhuizen. Ze moeten het met elkaar gaan doen, alle kennis bundelen, om overlap te voorkomen en sneller te kunnen helpen. Zo heeft de stichting netwerken opgezet rond dementie en stervensbegeleiding.

Initiatiefnemers als Paula de Ruiter brengen de zaak in beweging. ,,Het zijn helden.” De bestaande structuren doorbreken ‘kost heel veel energie’, weet hij. MijnVaatKliniek vormt een schakeltje tussen de huisartsen en de ziekenhuizen. ,,Het is een mooie stap. Uiteindelijk willen we nog verder gaan, dat je geen zwakke verbindingsstukjes hebt tussen de ene en de andere zorgaanbieder, maar dat het allemaal één geheel is.”

Er liggen kansen, beaamt hij, voor wie iets op wil zetten. Maar vooral, voegt hij toe, is innoveren ‘bittere noodzaak’.

Buitenboordmotoren

In eerste instantie, zegt hoogleraar bij het LUMC en voormalig minister en staatssecretaris Jet Bussemaker, kunnen zorgverleners binnen hun eigen organisatie de vernieuwing in gang zetten. Maar dat lukt niet altijd, weet ze. ,,Daarom heb je ook buitenboordmotoren nodig.” Bussemaker is voorzitter van Gezond en Gelukkig Den Haag, een beweging voor kennisinstituten, burgerinitiatieven, zorgaanbieders en de gemeente Den Haag om ‘de ongelijkheid in zorg en welzijn te bestrijden’. Ofwel: voor elkaar krijgen dat de zorg straks niet alleen bereikbaar is voor de happy few. De vraag blijft stijgen, daarmee ook de kosten en eens is het budget op. Dus moeten dingen anders in de toekomst.

De beweging – ‘we proberen een verandering in het denken teweeg te brengen’ – heeft twee doelen: de zorg beter laten aansluiten ‘bij de leefwereld van mensen én bij de omstandigheden waarin ze leven’. ,,Zijn er bijvoorbeeld schulden, dan zorgen die voor stress en die stress maakt je ziek.” Vaatzorg in de huisartsenpraktijk sluit aan op die doelen, denkt ze. ,,Je brengt de zorg dichterbij, dat is hier het mooie van en de huisartsenpraktijk is ook beter bekend met de omstandigheden waarin de patiënt leeft dan het ziekenhuis.”

Voor De Ruiter was het ondernemerschap een sprong in het diepe. ,,Er was geen investeerder, ik deed alles zelf. Samen met één vaatlaborant ben ik met een laptop, een printer en een echo-apparaat op pad gegaan. Op zaterdag, als de huisartsenpraktijk leegstond, hielden wij daar spreekuur.” Haar vader is haar voorbeeld. ,,Als fysiotherapeut zette hij vanuit het niets een groot medisch centrum op. Daar komt mijn drive ook wel een beetje vandaan. Ik vind het heel leuk om ideeën te ontwikkelen en uit te voeren en mensen met elkaar te verbinden. Ik merk dat als jij een stap zet, mensen daarin meegaan.”

Inmiddels denkt ze al na over uitbreiding. ,,Wat wij doen met vaatzorg is mogelijk voor 25 tot 30 procent van de ziekenhuiszorg. Daar zou ik wel meer mee willen.”

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NAPA.

Contact opnemen?